In de winter vinden wilde tuinvogels nauwelijks nog voedsel: insecten zijn weg en de grond is bevroren. Met vetbollen, vogelpindakaas, mezenbollen en strooivoer help je mezen, roodborstjes, vinken en merels de koude maanden door — en geniet je zelf van een levendige tuin.
Wat geef je wilde vogels in de winter?
- Vetbollen & vetblokken — energierijk vet met zaden; onmisbaar bij vorst.
- Vogelpindakaas — speciaal voor vogels (zonder zout), rijk aan vet en eiwit.
- Strooivoer & zaadmengsels — voor op een voedertafel of de grond.
- Mezenbollen & pindasnoeren — om op te hangen aan een tak of voederhuisje.
Veelgestelde vragen over vogels voeren in de winter
Wanneer moet ik wilde vogels bijvoeren?
Vooral in de koude maanden (ongeveer november tot maart) en bij vorst of sneeuw, wanneer natuurlijk voedsel schaars is. Voer dan het liefst dagelijks op een vast punt.
Waarom vogelpindakaas en geen gewone pindakaas?
Gewone pindakaas bevat zout en soms suiker/xylitol — schadelijk voor vogels. Vogelpindakaas is speciaal samengesteld zonder zout en 100% veilig.
Waar hang of leg ik het voer?
Op een voederhuisje, voedertafel of in een vetbolhouder, op een plek die kattenveilig is (vrij en overzichtelijk, niet vlak bij struiken). Zorg ook voor vers water.
Mag ik brood aan vogels geven?
Liever niet: brood heeft weinig voedingswaarde en kan zout bevatten. Vetbollen, pindakaas en zaadmengsels zijn veel beter voor hun conditie in de winter.
Bekijk ook: Vogel · Winter voor hond & kat